1. Ouders & Cliënten
  2. Voor kinderen
  3. Scholen & verwijzers
  4. Kennisverdieping
  1. Nieuws
  2.   /   Over braams
  3.   /   Links
  4.   /   Contact
Getalbegrip

Getalbegrip


Een noodzakelijke voorwaarde voor het leren rekenen


door Tom Braams en Dominique Denis

gepubliceerd in: Tijdschrift voor Remedial Teaching, 2001 (2), 16-20.

Dat getalbegrip zeer belangrijk is, is een open deur. Zonder getalbegrip verwordt rekenen tot het uitvoeren van trucjes. Bij kinderen met rekenproblemen is er vaak sprake van onvoldoende getalbegrip. Er is een duidelijke parallel te trekken tussen het getalbegrip bij het leren rekenen en het foneembewustzijn bij het leren lezen en spellen. In dit artikel is zeer uitgebreid gebruik gemaakt van een artikel van Gersten en Chard (1999).


De parallel met lezen en spellen

De kennis op het gebied van leren lezen is veel groter dan die op het gebied van rekenen. De wetenschappelijke literatuur op het gebied van lezen en van leesproblemen is zo omvangrijk dat zij voor onderzoekers nauwelijks meer is te overzien. Over dyslexie verschijnen jaarlijks honderden artikelen. Op het gebied van rekenen is dit heel anders. Met name over rekenproblemen en rekenstoornissen is nog maar weinig bekend. Hoewel rekenstoornissen evenveel voor lijken te komen als stoornissen, internationaal gaat men ook van 4 tot 6 procent uit, is dit nog een weinig ontgonnen gebied.
Er is tegenwoordig een algemene consensus dat voor een goed leesbegrip een behoorlijke mate van automatisering van het technisch lezen noodzakelijk is. Er wordt daarom veel moeite gedaan om kinderen met leesproblemen vloeiend te leren lezen. Foneembewustzijn is daarvoor een kritische vaardigheid. Foneembewustzijn is het inzicht dat worden zijn opgebouwd uit klanken. Hoewel dit inzicht niet noodzakelijk is voor spreken en horen, is het essentieel voor het leren lezen (Wagner & Torgesen, 1987). Foneembewustzijn is echter niet altijd makkelijk te leren voor kinderen. Fonemen zijn abstracte eenheden. Als iemand een woord uitspreekt, spreekt hij geen series discrete fonemen uit. Fonemen beïnvloeden elkaar als ze achter elkaar worden uitgesproken (dit wordt ‘coarticulatie’ genoemd). Hoewel de meeste jonge kinderen geen problemen hebben met het segmenteren van woorden in syllaben, vinden sommige het moeilijk om te segmenteren op het niveau van fonemen. Foneembewustzijn is echter niet voldoende om tot vloeiend lezen te komen. Om tot een behoorlijke mate van automatisering te komen is het nodig dat een kind heel veel leeservaring opdoet.

Bij het leren rekenen is er ook een vaardigheid die kritisch is voor een groeiende competentie. Dit is het getalbegrip. De parallel met foneembewustzijn kan heel duidelijk worden getrokken. Getalbegrip heeft te maken met het gemak en de flexibiliteit waarmee getallen worden gebruikt, het gevoel voor wat cijfers betekenen en de vaardigheid om mentale rekensommetjes te maken. Het is moeilijk om het concept getalbegrip goed te definiëren. Kinderen met een goed getalbegrip kunnen gemakkelijker heen en weer schakelen tussen hoeveelheden die ze in hun dagelijkse wereld tegenkomen en de wereld van getallen en numerieke operaties. Ze kunnen hun eigen procedures voor het uitvoeren van numerieke operaties uitvinden. Ze kunnen een getal op verschillende manieren presenteren, afhankelijk van de context en het doel van deze representatie. Ze maken gebruik van bekende getallen als referentiepunten en herkennen patronen in reeksen getallen. Ze hebben een goed gevoel voor de grootte van getallen en merken opvallende numerieke fouten op. Tenslotte kunnen ze denken of praten over de kenmerken van een numerieke probleem, zonder dat ze de precieze berekening uitvoeren (R. Case, in: Gersten en Chard, 1999).

lees meer