1. Ouders & Cliënten
  2. Voor kinderen
  3. Scholen & verwijzers
  4. Kennisverdieping
  1. Nieuws
  2.   /   Over braams
  3.   /   Links
  4.   /   Contact
Rekenproblemen bij dyslexie

Rekenproblemen bij dyslexie


Taal speelt ook bij rekenen een grote rol. Kinderen moeten instructies begrijpen, rekentaal kennen (hoeveel, meer, erbij), opgaven lezen in hun rekenboek. Bij het sommen maken denken ze in taal (‘vier plus vijf’). Ze gebruiken hun talige werkgeheugen om sommen uit te rekenen en leren eenvoudige optel- en aftreksommen en de tafels uit hun hoofd.
 

Dyslectische kinderen kunnen moeite hebben met het begrijpen en onthouden van een lange instructie die de leerkracht geeft. Het leeswerk in het rekenboek kan moeite kosten. En heel vaak gaat het automatiseren van eenvoudige sommetjes (de uitkomst van een sommetje uit je hoofd weten en niet meer te hoeven berekenen) erg traag. Dit zijn kenmerken die bij dyslexie horen. Een leerling die bovenstaande problemen heeft, maar zich nog redelijk redt met rekenen, zal doorgaans geen diagnose dyscalculie krijgen.
 

Soms kun je bij dyslectische kinderen óók van dyscalculie spreken. Als de rekenproblemen ernstig zijn, en niet verholpen kunnen worden met extra rekenbegeleiding of het gebruik van hulpmiddelen zoals een tafelkaart of een opzoekboekje rekenen, dan is onderzoek naar dyscalculie zinvol.
 

automatiseren

Dyslectische kinderen hebben vaak moeite met het automatiseren van de optel- en aftreksommetjes tot tien en tot twintig. Ze moeten die sommetjes nog uitrekenen, terwijl de klasgenootjes de uitkomst al uit het hoofd weten. Dat uitrekenen kost natuurlijk tijd. Hetzelfde geldt voor het leren van de tafels: het duurt (veel) langer voordat ze de tafels redelijk kennen. Soms zijn de problemen zo groot, dat het automatiseren ondanks alle moeite die er voor wordt gedaan, niet lukt. Dan kun je van dyscalculie spreken.
 

verbaal geheugen

De rekenproblemen van dyslectische kinderen hebben dus meestal niet te maken met het rekenbegrip, maar met het vlot cijfermatig toepassen van de rekenbewerkingen. Uit onderzoek blijkt dat dit met het werkgeheugen en met het lange termijngeheugen te maken heeft. Dit zijn beide talige geheugensystemen waar ook een beroep op wordt gedaan bij het lezen en bij het spellen.
 

behandeling

Om de sommetjes tot twintig en de tafels goed te kunnen leren, moet een kind ze eerst heel goed begrijpen. Het moet een perfect getalinzicht hebben en goed snappen wat optellen, aftrekken en vermenigvuldigen is. Als het begrip goed is, kun je vaak met leuke spelletjes een goede vooruitgang bereiken: bij het optellen kun je Yahtzee en Triomino’s spelen (en het kind zijn eigen punten laten optellen). Maak het kind daarbij ‘handig’, laat ook zien hoe jij die dobbelstenen of punten snel bij elkaar optelt. Voor de tafels heeft de school ook hulpmiddelen zoals Pico Piccolo en Tafelbingo. Zelf kun je ook werken met dobbelstenen of kaartjes maken met een som aan de voorkant en het antwoord aan de achterkant. Ook een leuk en didactisch goed computerprogramma zoals Cijferhaai helpt bij het oefenen.
 

Als het echt niet lukt met het automatiseren, dan is het belangrijk dat het kind niet blijft steken op een bepaald rekenniveau. Het zou dan de gelegenheid moeten krijgen van hulpmiddelen gebruik te maken, zoals bijvoorbeeld een kaart met de tafels er op, die het op de tafel mag leggen als er gerekend wordt.
 

zie ook de info over dyscalculie op deze site!