1. Ouders & Cliënten
  2. Voor kinderen
  3. Scholen & verwijzers
  4. Kennisverdieping
  1. Nieuws
  2.   /   Over braams
  3.   /   Links
  4.   /   Contact
Interview de Stentor

Interview de Stentor

Setje hoofdregels maakt lezen weer leuk

 

door YANG YANG CHIU

ZWOLLE – Als een olievlekje heeft de praktijk voor leerstoornissen van Tom Braams zich verspreid over Deventer, Apeldoorn en meest recent Zwolle. Kinderen spreken inmiddels al over ‘een uurtje Braamsen’, waarin ze handvatten aangereikt krijgen om een leerstoornis als dyslexie of dyscalculie de baas te worden.

In september opende de Zwolse nevenvestiging de deuren aan de Stationsweg. Sinds die tijd komen de tienjarige Dieko de Jong en Anna Boeve elke week een ‘uurtje Braamsen’. ‘Lezen, schrijven, computeren of galgje’, somt Anna op. Elke maandag komt de Zwolse leerlinge onder schooltijd naar de praktijk toe. Haar klasgenootjes wil ze best vertellen dat ze naar Tom Braams moet, maar meer informatie geeft ze liever niet prijs. Dieko heeft daar minder moeite mee: ‘Ik heb iedereen verteld dat ik naar Braams moet omdat ik dyslectisch ben. Daar zei eigenlijk niemand wat van.’
 

Zware vorm

De twee basisscholieren van groep 6 zijn allang geen uitzondering meer. Zeven tot acht procent van de kinderen heeft een vorm van dyslexie, waarvan ongeveer 3,5 procent in een dusdanig zware vorm dat gespecialiseerde hulp nodig is. Bij Anna trok de leerkracht van groep vier aan de bel. Moeder Tiny Boeve: ‘Ze liep tegen een stuk rekenen en spelling aan. We hadden er behoefte aan dat ze uitgebreider getest zou worden. Braams heeft een behoorlijke reputatie op dit gebied.’
 

Test

Hetzelfde geldt min of meer voor Dieko. ‘Op een gegeven moment merk je dat hij niet mee kan op school. Dan ga je als ouder verder zoeken. Ik wilde heel graag nog een test, maar dan wel bij de beste op dit gebied’, vertelt moeder Lilian Welmerink. Ook zij komt elke week samen met haar zoon vanuit Hattem naar Zwolle . ‘Plus vier keer in de week een half uur huiswerk.’ Boeve valt haar bij: ‘Het huiswerk is bepaald niet Anna’s hobby maar het hoort er inmiddels bij. Net als het uurtje op de maandag.’

Marjan Romijn en Fenneken Onvlee zijn twee van de gespecialiseerde behandelaars van Braams. ‘Wij zijn niet het eerste station waar ouders aankomen. Vaak zijn ze al een hele poos op zoek’, is de ervaring van Onvlee. Zij is dan ook erg blij met het dyslexieprotocol dat alle basisscholen tegenwoordig gebruiken. ‘Die zijn er om risicokinderen in een vroegtijdig stadium op te sporen.’ Te lang wachten met extra zorg of begeleiding betekent namelijk niet alleen een onderwijskundige achterstand, maar levert soms ook emotionele problemen op bij het kind.

Voorafgaand aan het behandeltraject krijgen kinderen eerst een psychologisch onderzoek. Zonodig volgt een tweede onderzoek, meestal als sprake is van dyscalculie. Onvlee: ‘Dan kijken we hoe het kind rekent, welke stappen het maakt.’ In de behandeling krijgen de kinderen een setje hoofdregels aangereikt en wordt veel geoefend en herhaald. ‘Als je de drie hoofdregels kent, kun je al een heleboel woorden maken. We streven ernaar de kinderen na verloop van tijd weer op groepsniveau te laten functioneren.’ ‘Maar’, waarschuwt Onvlee, ‘je bent en blijft dyslectisch’. ‘Er is geen pilletje waardoor het over gaat. Hoe teleurstellend dat ook is voor sommige mensen.’

Zowel Boeve als Welmerink zijn zich hiervan bewust. Toch hebben ze allebei een goed gevoel bij de specialistische hulp. ‘We zijn een poos zoekende geweest, maar hier heb ik een goed gevoel bij’, vertelt Boeve. ‘Ze krijgt hier toch de broodnodige basisbagage om bijvoorbeeld later een fatsoenlijke brief te kunnen schrijven.’
 

Afloop

Welmerink merkt nu al, na een paar maanden, dat de behandeling vruchten afwerpt. ‘Dieko is meer een buitenspeelkind, maar hij leert nu dat lezen ook leuk kan zijn. Hij wil tegenwoordig zelfs weten hoe een boek afloopt.’ Dit doet Romijn zichtbaar deugd: ‘Het plezier staat bij ons voorop. Als dat er is, komt de rest wel. Wij richten ons niet op fouten of wat een kind niet kan. Onze leesbegeleiding focust zich op leesplezier. Daarom mogen kinderen een boek dat ze niet leuk vinden, niet uitlezen.’

De Stentor, woensdag 31-1-2007