1. Ouders & Cliënten
  2. Voor kinderen
  3. Scholen & verwijzers
  4. Kennisverdieping
  1. Nieuws
  2.   /   Over Braams
  3.   /   Links
  4.   /   Contact
Over dyscalculie …

Over dyscalculie …


een uitleg voor kinderen
© Braams, Deventer 2003
publiceren op welke wijze dan ook is niet toegestaan.

Dyscalculie is een woord dat minder vaak gebruikt wordt dan dyslexie. Veel mensen hebben wel eens gehoord of gelezen over dyslexie. Maar als je praat over dyscalculie zie je vaak vragende gezichten: wat is dat nu weer?

Dys-calculie is een woord dat je in twee stukken kunt verdelen.
Dys betekent: niet en calculus betekent: rekenmethode, manier van rekenen. Wanneer je last hebt van dyscalculie heb je problemen met rekenen. die problemen duren al lang en lijken maar niet over te gaan.

Ik hoef je niet te vertellen dat een probleem dat niet overgaat beslist niet leuk is. Het is ook niet iets dat je verzint. Het heeft niets te maken met je aanstellen. En het heeft al helemaal niets te maken met niet je best doen.

Lees deze zin eens:

Ubi 8 cum . conferitur consentit cum 13.

De getallen zul je herkennen. De zin erbij niet. En je vader of moeder? Herkennen die de zin? Als zij de zin niet snappen, weten ze niet wat ze met de getallen moeten doen. Dat hebben kinderen met dyscalculie ook vaak.

Elke schooldag moet je weer rekenen. Denk je eens in: elke dag weer iets moeten doen en niet kunnen begrijpen wat je moet doen en hoe je iets moet doen. Toch doen kinderen met dyscalculie dat iedere dag weer. Dat noem ik nog eens doorzetten! En vaak krijgen ze ook nog huiswerk mee om extra te oefenen!! Je begrijpt dat dyscalculie heel vervelend is.


Maar wat kun je er dan aan doen?

Daar is geen antwoord op dat in één keer duidelijk kan maken wat je kunt doen. Ik ga er wat meer over schrijven.

Dyscalculie kan op meer manieren voorkomen:

Het kan zijn dat:
 
  • Een kind met dyscalculie er heel lang over doet om sommen tot 20 uit het hoofd te leren. Optellen en aftrekken gaat niet automatisch.

Het kan zijn dat:
 
  • Een kind met dyscalculie getallen niet goed op volgorde kan zetten en schrijven. Als de getallenrij verder dan 20 gaat, raakt het in de war, het raakt de tel kwijt. Het duurt heel lang voor dat kind tot 20 kan rekenen. Als het dan lukt, komt het volgende probleem: de getallen tot 100. Werken, werken, werken maar. Ondertussen zijn de kinderen in de groep al lang verder. Het schrijven van en rekenen met grote getallen gaat niet goed.

Het kan zijn dat:
 
  • Een kind met dyscalculie niet goed weet hoe het de sommen uit moet rekenen. Het kan wel goed tellen, maar weet niet hoe een rekenopgave opgelost kan worden. En als er dan ook nog verschillende manieren zijn om een som op te lossen, raakt het helemaal de kluts kwijt. Alle denkweggetjes lopen dwars door elkaar heen.

Het kan zijn dat:
 
  • Een kind met dyscalculie niet goed kan onthouden wat het aan het doen is. Als er twee of meer getallen onthouden moeten worden, lukt dat niet. Dat heeft te maken met het geheugen. Mensen kunnen ongeveer 7 dingen tegelijk in hun werkgeheugen onthouden. Maar er zijn ook veel mensen die minder kunnen onthouden. Dat betekent niet dat die mensen dom zijn. Het is voor hen moeilijker om niets te vergeten en om niet in de war te raken. zij moeten daar extra voor werken. Als zo iemand geholpen wordt om te ontdekken op welke manier hij wel een goede volgorde kan bewaren (kladblaadje) kan hij verder goed rekenen. Echt waar!

Het kan zijn dat:
 
  • Een kind met dyscalculie wat de juf of meester zegt niet goed kan onthouden. Maar de juf of meester praat wel gewoon door. Help, wat moet ik doen? “Heb je weer niet goed opgelet?” Het kind heeft echt goed opgelet, maar om in het geheugen op te slaan wat er precies gezegd wordt, duurt bij hem of haar langer. Als het eenmaal goed onthouden wordt, is het geen echt probleem meer.

Het kan zijn dat:
 
  • Een kind met dyscalculie langer na moet denken voor het zich weer kan herinneren wat het al weet. Het duurt langer “om het goede laatje te vinden”.

Het kan zijn dat :
 
  • Een kind met dyscalculie niet goed aan zichzelf kan vertellen wat het aan het doen is. Het weet de sommen wel zo ongeveer. Als de antwoorden gegokt worden, zijn sommige daarvan dan ook best goed. Een andere keer gokt dat kind weer helemaal verkeerd. En de meester of juf maar denken, dat het kind zijn best niet heeft gedaan of te vlug en te slordig heeft gewerkt.


Hoe weet je of jij dyscalculie hebt?

Dat is nog moeilijk te zeggen. Mensen die hierover nadenken en er al veel over gelezen hebben, weten het zelf nog niet precies. Er is nog weinig bekend over dyscalculie. Dat is jammer, want hoe meer we weten, hoe beter we kunnen bedenken wat je eraan kunt doen.Moet je dan maar niets doen? NEE! Iemand die wat meer weet over rekenen en over de werking van de hersenen, kan je verder helpen.

Eerst moet je dan getest worden. Het is belangrijk dat bij de test ook gekeken wordt op welke manier jij alles onthoudt, of je handig bent met bouwen en tekenen, of je de goede woorden kunt vinden om dingen te zeggen.

Daarnaast moet je ook rekenen met iemand die dan precies op kan schrijven wat je wel en wat je niet kunt, op welke manier jij met sommetjes omgaat, wat voor jou moeilijk is, wat het voor jou makkelijker maakt. Door heel precies op te letten hoe jij met rekenwerk omgaat, wat je zegt en doet, wat jou helpt en wat juist niet kan de onderzoeker uitvinden op welke manier jij het beste geholpen kunt worden.

Daarna kan de onderzoeker een plan maken om jou te helpen. Dat plan wordt dan met je ouders, met jou en met de school besproken. Dan kunnen er goede afspraken gemaakt worden. Het is wel zo dat de meeste kinderen met dyscalculie niet langer alles met de groep mee rekenen. Veel kinderen vinden dat naar, want je wilt net zo zijn als iedereen. Maar: nooit fijn kunnen rekenen en steeds verder achterop raken is minstens zo vervelend.

Bovendien: kinderen die hun eigen rekenwerk gaan doen, leren veel meer dan wanneer ze achter de groep aan blijven huppelen. Ze leren stap voor stap een goede opbouw van het rekenwerk, waarmee ze later ook verder kunnen. Met “later” bedoel ik in het Voortgezet Onderwijs, maar ook als je voor jezelf moet zorgen.
Het is toch wel handig als je op kunt meten hoe groot de vloerbedekking is die je nodig hebt voor je kamer en hoeveel dat kost. Het is wel handig om te kunnen wegen en meten om te koken en te bakken.
Het is wel handig wanneer je weet hoeveel je minder moet betalen als je een nieuwe broek met 10% korting kunt kopen.

En echt: bijna iedereen kan daar behoorlijk veel over leren. Op je eigen manier en in je eigen tempo, maar het lukt! En daar gaat het tenslotte om.

Die eigen manier en dat eigen tempo zorgen ervoor dat rekenen minder een rijstebrij is dan je eerst dacht.

Al geloof je het misschien niet: er zijn ook kinderen met dyscalculie die soms echt plezier hebben bij rekenwerk.

Die ontdekken:
 
DAT KAN IK



Vind jij rekenen naar?

Krijg je er soms buikpijn van?

Kun je er soms niet van slapen?

Is het rekenen alleen maar moeilijk en rottig? 

Vraag dan om hulp.


Zoek naar iemand die rekening houdt met jou, die met jou meedenkt en die wil helpen zoeken welke weg de beste is voor jou.

Niemand is precies hetzelfde als een ander mens. Jij ook niet.

Daarom kan dyscalculie alleen goed aangepakt worden, als er gezocht wordt naar de manier van werken die voor jou het beste is.

Het gaat om jou!

Carry Molenaar, remedial teacher

Milan in een Wereld zonder cijfers is een stripboek over dyscalculie. Achterin het stripboek staat informatie over dyscalculie voor ouders.?