1. Ouders & Cliënten
  2. Voor kinderen
  3. Scholen & verwijzers
  4. Kennisverdieping
  1. Nieuws
  2.   /   Over Braams
  3.   /   Links
  4.   /   Contact
Verhaaltje AVI niveau 2

Verhaaltje AVI niveau 2

een verhaal voor dyslectische kinderen in groep 3 en 4 (AVI niveau 2)

door Marjon Leijen, orthopedagoge

 
© Braams, Deventer 2004: Voor eigen gebruik is het uitprinten van dit verhaal toegestaan. Vermenigvuldigen of publiceren op enigerlei wijze is verboden.

Download hier de versie met grotere letters!


ANGST


Lies zit op het plein.
Ze wacht op pap en mam.
Juf praat met hen.
Lies is bang.
Juf vindt haar dom.
Pap niet.
Pap is trots op Lies.
En mam vindt haar slim.
Maar op school lukt het niet.
Ze leest nog steeds niet vlot.
Juf wil dat Lies groep drie nog eens doet.
Maar Lies wil dat niet.
Pap en mam ook niet.
Lies telt wel goed.
En ze snapt veel.
Hoe moet dat nu met Lies?


Wat nu?


Ze zijn weer thuis.
Pap zegt dat Lies haar best doet.
Maar ze leest en schrijft niet snel.
Juf is bang dat het niet lukt in groep vier.
Lies moet nu naar Tom toe.
Hij kijkt wat Lies heeft.
Hoe het komt dat ze niet snel leest.
Lies vindt het best eng.
Wat moet ze daar doen?
Als ze bang is, leest ze heel slecht.
En weet ze van geen woord meer hoe je dat schrijft.
Pap zegt dat ze niet bang moet zijn.
Tom helpt haar wel.


De test


Het is best leuk.
Lies weet heel veel.
Ze schrijft wel wat fout.
Ze leest ook veel fout en niet snel.
Maar Tom vindt dat niet erg.
Hij maakt het leuk.
Dan zegt hij dat hij weet hoe het komt.
Dat ze niet zo goed leest en schrijft.
Ze kan daar niet zo veel aan doen.
Iets in haar hoofd werkt niet zo goed.
Je leest en spelt een woord klank voor klank.
En dit kan Lies niet goed.
Daarom maakt ze veel fout.
En gaat het ook niet snel.
Het blijft ook niet gauw in haar hoofd.
Ze is het snel weer kwijt.
Lies moet het vaak nog eens zien.
Dan weet ze het op het laatst wel.
Soms hoort ze ook niet goed in de klas.
Ze hoort dan dit kind en dat kind, ze hoort te veel.
Dan hoort ze de juf niet meer goed.
Toch snapt ze wel veel.
Want Lies is heel slim.


Hulp


Lies krijgt nu hulp.
Ze gaat naar Els.
Zij legt het goed uit.
Ze leert haar klank voor klank.
De (b), de (ch), de (uw) en zo.
En zo leert Lies het wel.
Ze leest nu al best snel.
En ze schrijft al veel goed.
Nog geen lang woord.
Maar dat komt nog wel.
Lies voelt zich weer blij.
De juf van groep vier is lief.
Ze snapt wat Lies heeft.
Ze helpt haar goed.
Als Lies iets zegt, wacht ze.
Dan denkt Lies in rust.
Tot ze het woord weet.
Het gaat nu goed met Lies.
Maar ze werkt wel heel hard.
En pap en mam ook.
Pap leest met Lies.
Dag na dag, steeds weer.
Mam schrijft met Lies.
Zo lukt Lies het dan toch.